En wanneer de rozen helft-knop zachte bloemen zijn
En mooi als koning van vliegen is gekomen
Het was een vluchtig bezoek, al te kort
In drie korte notulen, was hij geweest en gegaan
Hij rustte daar op een appelblad
Een schitterende opalen kroon die op zijn hoofd wordt gezeten
Hoewel de tuin een mooie plaats is
Was het waardig van zo zuivert een gast
Oh...
Oh...
Oh...
Oh...
Libel, libel...

