Verbazende gunst, oh hoe snoepje het geluid
Dat bewaarde een wrak als me
I eens werd verloren, hoewel nu gevonden Im
Ik was blind, maar nu zie ik
Wanneer weve daar tien duizend jaar
Het heldere glanzen als zon
Weve geen minder dagen om godenlof te zingen
Dan wanneer, wanneer eerst met begonnen wij
Teveel vals en bestede leeftijden
Ik heb reeds gehangen
Deze gezicht en troep redde hij ons door
Zijn eindeloze gunst zal me geheel verlaten
Verbazende gunst, oh hoe snoepje het geluid
Om een wrak als me te bewaren
I eens werd verloren, maar nu gevonden Im
Ik was blind, maar nu zie ik

