1. Ah! Ik houd van de kleurrijke kleren die zij heeft gedragen,
en de manier het zonlicht op haar haar speelt
Ahhhhhh! Ik hoor het geluid van een zacht woord,
op de wind die haar parfum door de lucht opheft.
Ik ben pickin ' omhoog goede trillingen, heeft zij givin ' me de opwindingen.
Ik ben pickin ' omhoog goede trillingen, heeft zij givin ' me de opwindingen.
Goede, goede, goede, goede trillingen, heeft zij givin ' me de opwinding.
Goede, goede, goede, goede trillingen, heeft zij givin ' me de opwindingen.
2. Sluit mijn ogen, heeft zij op de een of andere manier dichter nu,
zacht glimlach, weet ik zij vriendelijk moet zijn.
Wanneer ik in haar ogen kijk,
zij gaat met me naar een bloesemwereld.
REFREIN
Mijn, mijn, mijn, welk e (lation),
Ik weet niet waar, maar zij me daar stuurt.
Mijn, mijn, mijn, wat sen (sation),
Mijn, mijn, mijn, welke opgetogenheid.
(Gotta houdt die liefdegoed
De trillingen gebeuren met haar) x3
Ahhhhhh!
REFREIN


